ECLI:NL:GHSGR:2009:BW3817
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- G. Oosterhof
- R.A.Th.M. Dekkers
- H.M.A. de Groot
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens overmacht bij verblijf als ongewenst vreemdeling
De verdachte werd ervan verdacht dat hij op 12 december 2008 als vreemdeling in Nederland verbleef, terwijl hij wist dat hij op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 tot ongewenst vreemdeling was verklaard. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf. In hoger beroep heeft het hof het tenlastegelegde bewezen verklaard, maar de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging vanwege overmacht.
De verdachte was op 3 april 2006 tot ongewenst vreemdeling verklaard en had hiertegen bezwaar en beroep ingesteld. Zijn uitzetting stond gepland, maar werd door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens geschorst. Het hof oordeelde dat het niet van de verdachte verwacht mocht worden Nederland op eigen gelegenheid te verlaten of zich te laten uitzetten, waardoor zijn verblijf niet aan schuld te wijten was.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van straf, ondanks bewezen verblijf als ongewenst vreemdeling. Hiermee werd rekening gehouden met de bijzondere omstandigheden en de lopende procedures bij bestuursrechtelijke instanties en het Europees Hof.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens overmacht ondanks bewezen verblijf als ongewenst vreemdeling.