ECLI:NL:GHSGR:2010:BL0112
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Nievelt
- Bouritius
- van de Poll
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging geslachtsnaam minderjarigen na overlijden moeder
De man verzocht om wijziging van de geslachtsnaam van zijn minderjarige kinderen, nadat zijn vaderschap gerechtelijk was vastgesteld en de moeder was overleden. De rechtbank had dit verzoek afgewezen, en het hof bevestigt deze beslissing. De man beriep zich op artikel 8 EVRM Pro en het Marckx-arrest, stellende dat de wettelijke regeling in strijd is met het recht op gezinsleven.
De bijzonder curator betwistte het verzoek, stellende dat de moeder geen toestemming had gegeven en dat het behoud van haar geslachtsnaam voor de minderjarigen een blijvende band met haar vertegenwoordigt. Het hof overwoog dat artikel 1:5, tweede lid, BW vereist dat zowel vader als moeder instemmen met een naamswijziging, en dat overmacht wegens overlijden van de moeder geen reden is om hiervan af te wijken.
Het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen, omdat de wetgever binnen zijn beoordelingsvrijheid handelt. De man kan volgens het hof wel een verzoek indienen op grond van artikel 1:7 BW Pro wanneer de minderjarigen meerderjarig zijn. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het verzoek tot naamswijziging af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarigen.