ECLI:NL:GHSGR:2010:BL1872
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonbelastingheffing ontslagvergoeding en weigering kinderkorting
Belanghebbende was sinds 1978 in dienst bij een werkgever en kreeg bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst in 2003 een ontslagvergoeding van €45.000 bruto toegekend. De Inspecteur kwalificeerde deze vergoeding als loon uit dienstbetrekking en weigerde toepassing van kinderkorting en aanvullende kinderkorting. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep, stellende dat een deel van de vergoeding onbelast zou moeten zijn als immateriële schadevergoeding of kostenvergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Hof bevestigt deze beslissing. Het Hof overweegt dat de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat er een direct verband bestaat tussen de vergoeding en de beëindiging van de dienstbetrekking. Belanghebbende is niet geslaagd in het aannemelijk maken dat een deel van de vergoeding buiten het loonbegrip valt. Ook de stelling dat gemaakte kosten voor thuiswerken in aftrek gebracht kunnen worden, wordt verworpen omdat deze kosten in een ander jaar zijn gemaakt en aftrekposten voor kosten bij inkomsten uit dienstbetrekking zijn geschrapt.
Verder oordeelt het Hof dat de weigering van de kinderkorting terecht is, omdat het gezamenlijke verzamelinkomen van belanghebbende en zijn partner de daarvoor geldende grens overschrijdt. Ook klachten over overschrijding van termijnen door de Inspecteur leiden niet tot vernietiging van de aanslag. Het Hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanslag inclusief loonbelastingheffing over de ontslagvergoeding wordt bevestigd.