ECLI:NL:GHSGR:2010:BL2560
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.W. Kuip
- M.J. van Coeverden
- R.C. Schlingemann
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vernietiging beëindigingsovereenkomst wegens dwaling door verzwijging werknemer
De werknemer was sinds 1986 in dienst bij Rabobank Schouwen-Duiveland en werkte als makelaar. In 2004 besloot de Rabobank haar makelaarsactiviteiten af te stoten en bood de werknemer drie opties aan, waaronder beëindiging van de arbeidsovereenkomst met een vergoeding volgens de kantonrechtersformule. Op 15 april 2005 bereikten partijen overeenstemming over beëindiging met een vergoeding van €172.892 bruto, vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst.
Na beëindiging trad de werknemer op 1 mei 2005 in dienst bij Stad & Zeeland, een onderneming verbonden aan Rabobank Beveland. Rabobank stelde dat de werknemer dit aanbod tijdens de onderhandelingen had moeten melden en dat hij door deze verzwijging de overeenkomst op grond van dwaling vernietigbaar maakte. Rabobank vorderde daarom een gedeeltelijke vernietiging van de betalingsverplichting, resulterend in een vergoeding van €86.446 bruto.
De kantonrechter verklaarde de vernietiging van de overeenkomst deels juist en wees de overige vorderingen af. In hoger beroep bevestigde het hof dat de werknemer een mededelingsplicht had en dat de verzwijging van het aanbod tot een andere functie van belang was voor de vergoeding. Het hof oordeelde dat Rabobank niet bereid zou zijn geweest de volledige vergoeding te betalen als zij van het aanbod had geweten. Daarom werd de overeenkomst deels vernietigd en de vergoeding gehalveerd. Ook werd geoordeeld dat Rabobank niet in verzuim was bij de betaling van het bedrag en dat de rentevordering van de werknemer niet toewijsbaar was.
Het hof veroordeelde de werknemer in de proceskosten en verklaarde de vernietiging van de overeenkomst gedeeltelijk voor recht. De overige grieven van de werknemer werden afgewezen, waarmee de Rabobank grotendeels in het gelijk werd gesteld.
Uitkomst: De beëindigingsovereenkomst wordt op grond van dwaling deels vernietigd, waardoor Rabobank slechts de helft van de vergoeding hoeft te betalen.