ECLI:NL:GHSGR:2010:BL4211
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Kamminga
- Van de Poll
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep co-ouderschap en kinderalimentatie met aanpassing draagkracht vader
In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de rechtbank over de bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn minderjarige kind en de omgangsregeling met de moeder. De vader verzoekt vermindering van de alimentatie en aanpassing van de omgangsregeling. De moeder verzoekt juist verhoging van de alimentatie.
Het hof bevestigt de bestaande co-ouderschapsregeling waarbij het kind om de week bij de vader verblijft, mede gelet op het mediationtraject en het welzijn van het kind. De rechtbank had de totale kosten van verzorging en opvoeding vastgesteld op €600 per maand, waarvan ieder ouder de helft dient te dragen. De moeder ontvangt een arbeidsongeschiktheidsuitkering en heeft onvoldoende draagkracht om bij te dragen.
De vader heeft een nieuwe partner en een jonger kind, wat het hof meeneemt in de draagkrachtberekening. De toeslag op zijn salaris wordt als tijdelijk beoordeeld en niet meegenomen. Na beoordeling van inkomen, woonlasten en lastenverdeling bepaalt het hof de draagkracht van de vader op €300 per maand tot 1 september 2008 en €159 per maand daarna, rekening houdend met de verdeling over twee kinderen. De beschikking wordt voor dit onderdeel vernietigd en opnieuw vastgesteld, de rest wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding wordt vastgesteld op €300 per maand tot 1 september 2008 en €159 per maand vanaf die datum, met bevestiging van de omgangsregeling.