ECLI:NL:GHSGR:2010:BL4213
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Mos-Verstraten
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Verdeling gemeenschap na scheiding en bijdrage in kosten verzorging minderjarige
Na de echtscheiding van partijen is in hoger beroep de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en de alimentatieverplichtingen besproken. De vader kwam in hoger beroep tegen de rechtbankbeschikking over de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind en de uitkering aan de moeder.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk was voor de bijdragen aan de jongmeerderjarige kinderen, waardoor de reeds vastgestelde bijdragen onbestreden bleven. Voor het minderjarige kind stelde het hof de bijdrage van de vader vast op €268 per maand, rekening houdend met zijn draagkracht vanaf de inschrijving van de echtscheiding op 27 oktober 2008.
Verder werd vastgesteld dat het bedrag van €24.200,- in depot bij de notaris geen schenking met uitsluitingsclausule was, maar tot de gemeenschap van goederen behoorde, waardoor de vader aan de moeder een bedrag van €12.468,- aan overbedeling moest voldoen. De moeder kon niet aantonen dat zij recht had op een uitkering tot levensonderhoud, zodat dit verzoek werd afgewezen.
De verdeling van de polissen vond plaats per peildatum 20 januari 2010 onder verrekening van betaalde premies. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hof bekrachtigde de overige onderdelen van de bestreden beschikking.
Uitkomst: De vader moet vanaf 27 oktober 2008 €268 per maand bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind en €12.468,- aan de moeder voldoen wegens overbedeling; het verzoek tot uitkering levensonderhoud aan de moeder wordt afgewezen.