ECLI:NL:GHSGR:2010:BL4255
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Mink
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap en gelast DNA-onderzoek in hoger beroep
De moeder van de minderjarige [L.] is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin haar verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de overleden man werd afgewezen. Zij stelt primair dat voldoende is aangetoond dat de man de biologische vader is en subsidiair verzoekt zij om DNA-onderzoek om het vaderschap vast te stellen.
De bijzonder curator en het Openbaar Ministerie hebben zich op het standpunt gesteld dat niet onomstotelijk vaststaat dat de man de biologische vader is en dat nader DNA-onderzoek nodig is. De moeder heeft inmiddels medewerking verleend aan het afstaan van wangslijmvlies van de biologische vader van de man, de heer [A.], om DNA-onderzoek mogelijk te maken.
Het hof overweegt dat het vaderschapsverzoek binnen de wettelijke termijn is ingediend maar dat het niet voldoende is dat de moeder slechts stelt dat er sprake was van gemeenschap en gezamenlijke naamgeving. Gezien het overlijden van de man kan het vaderschap worden vastgesteld via DNA-onderzoek van zijn biologische vader. Het hof gelast daarom DNA-onderzoek door een deskundige en bepaalt dat de kosten voorlopig ten laste van de Rijkskas komen. De zaak wordt aangehouden tot ontvangst van het deskundigenrapport, waarna een eindbeslissing volgt.
Uitkomst: Het hof gelast DNA-onderzoek om het vaderschap vast te stellen en bepaalt dat de kosten voorlopig ten laste van de Rijkskas komen.