ECLI:NL:GHSGR:2010:BL4541
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen ondernemerschap en niet gebonden aan compromis bij belastingaanslag 2002
Belanghebbende en zijn echtgenote ontvingen een arbeidsongeschiktheidsuitkering en verrichtten werkzaamheden binnen een vennootschap onder firma (vof). Voor het jaar 2002 werd aan belanghebbende een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 3.388 en uit sparen en beleggen van € 13.963. Belanghebbende stelde bezwaar in en voerde aan dat hij een onderneming dreef, dat de inspecteur gebonden was aan een eerder gesloten compromis en dat beginselen van behoorlijk bestuur waren geschonden.
De rechtbank stelde het beroep van belanghebbende deels gegrond en bepaalde het belastbare inkomen uit werk en woning op nihil en uit sparen en beleggen op € 8.030. Het hof behandelde het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hof oordeelde dat belanghebbende in 2002 geen onderneming dreef, mede omdat de activiteiten afgenomen waren en niet duurzaam waren gericht op het behalen van opbrengsten. Daarnaast was de inspecteur niet gebonden aan het compromis, dat schriftelijk was opgezegd in een brief van 3 januari 2002.
Het hof verwierp de stellingen van belanghebbende over schending van beginselen van behoorlijk bestuur en het door de inspecteur gewekte vertrouwen, omdat het compromis was beëindigd. Het aanbod van belanghebbende om getuigen te horen werd gepasseerd omdat dit niet relevant was voor de beslissing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2002 wordt bevestigd.