ECLI:NL:GHSGR:2010:BL4885
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- A.E.A.M. van Waesberghe
- J.C.N.B. Kaal
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke beoordeling van ontbinding en boetebepalingen bij levering helikopters na aanbesteding
De Staat der Nederlanden sloot met Helifly een overeenkomst voor de levering van acht bedrijfsklare helikopters, voorafgegaan door een Europese aanbesteding. RDM gaf een garantieverklaring af voor de nakoming van deze overeenkomst. Helifly leverde de helikopters niet tijdig en niet conform de afgesproken certificering, wat leidde tot boetebepalingen en uiteindelijk ontbinding van de overeenkomst door de Staat.
Partijen maakten aanvullende afspraken in een brief van 14 april 2004, waarbij een nieuw leveringsschema en boetebepalingen werden vastgelegd. Helifly slaagde er niet in om de eerste twee helikopters uiterlijk 1 maart 2005 te leveren, waarna de Staat de overeenkomst ontbond en betaling van boetes vorderde. Helifly en RDM betwistten de opeisbaarheid van de boetes en de reikwijdte van de garantieverklaring.
Het hof oordeelde dat de aanvulling op de overeenkomst een integraal onderdeel bleef en dat de boetes, inclusief BTW, verschuldigd waren. De ontbinding was gerechtvaardigd omdat de tekortkoming niet gering was en overmacht niet aannemelijk was. De garantieverklaring van RDM werd als een zelfstandige en bindende borgstelling erkend, waardoor RDM mede aansprakelijk is voor de financiële verplichtingen. De vorderingen van de Staat werden grotendeels toegewezen, met compensatie van proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontbinding van de overeenkomst en veroordeelt Helifly en RDM tot betaling van boetes en schadevergoeding aan de Staat.