ECLI:NL:GHSGR:2010:BL4889

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
16 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.032.410-01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 283 RvArt. 382 RvArt. 383 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herroeping eindarrest over schadevergoeding lidmaatschap Japancollectief

De appellant vorderde herroeping van het eindarrest en tussenarresten van het gerechtshof en het vonnis van de rechtbank, waarin was vastgesteld dat Flora Holland hem in 1999 ten onrechte niet als lid van het Japancollectief had behandeld en schadevergoeding verschuldigd was. Hij stelde dat Flora Holland cruciale stukken had achtergehouden die aantoonden dat anjers in kleur werden aangeboden, wat de schadeberekening zou beïnvloeden.

Het hof stelde vast dat de betreffende stukken door appellant zelf reeds in eerdere procedures waren overgelegd en dat er geen sprake was van bedrog of het achterhouden van beslissende informatie door Flora Holland. Bovendien was de termijn voor het instellen van de herroepingstermijn reeds verstreken.

Het hof ging voorbij aan het bewijsaanbod van appellant omdat geen nieuwe feiten werden aangedragen die tot een andere beslissing zouden leiden. De vordering tot herroeping werd afgewezen en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek tot herroeping van het eindarrest en tussenarresten wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe beslissende feiten en overschrijding van de termijn.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE
Sector handel
Zaaknummer : 200.032.410/01
arrest van de vijfde civiele kamer d.d. 16 februari 2010
inzake
[Naam],
wonende te [plaats], [land],
eiser in herroeping,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. T. Meijer te 's-Gravenzande (gemeente Westland),
tegen
DE COÖPERATIEVE BLOEMENVEILING FLORA HOLLAND U.A.,
gevestigd te Aalsmeer,
gedaagde in herroeping,
hierna te noemen: Flora Holland,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens te Den Haag.
Het geding
Bij exploot van 3 maart 2009 heeft [appellant] Flora Holland gedagvaard en gevorderd het tussen hem en Flora Holland door dit hof gewezen eindarrest van 21 februari 2008 en de tussenarresten van 19 mei 2005, 8 december 2005 en 11 januari 2007 (rolnummer 02/1153), alsmede het vonnis van de rechtbank van 17 juli 2002 en, voor zover gewezen, de tussenvonnissen van de rechtbank (rolnummer 01/1356) te herroepen en de zaak voor wat betreft de bepaling van de schade terug te verwijzen (te heropenen). Flora Holland heeft bij memorie van antwoord inzake het verzoek tot herroeping de vordering bestreden. Vervolgens is arrest gevraagd.
Beoordeling van de vordering tot herroeping
1. [appellant] heeft in 2001 onder meer vergoeding gevorderd van schade die hij stelt geleden te hebben doordat hij door het bemiddelingsbureau van Flora Holland in 1999 ten onrechte niet is aangemerkt als deelnemer aan / lid van het "Japancollectief ", een groep tuinders die gezamenlijk anjers voor de moederdag in Japan aanboden door tussenkomst van voormeld bemiddelingsbureau om aldus een hogere prijs te realiseren dan bij verkoop via de klok.
2. De rechtbank heeft de vordering afgewezen in haar vonnis van 17 juli 2002. Hiervan is [appellant] in hoger beroep gekomen. Het hof heeft in zijn tussenarrest van 8 december 2005 beslist dat Flora Holland [appellant] in 1999 had moeten behandelen als lid van het Japancollectief en gehouden is de daardoor geleden schade van [appellant] te vergoeden. In zijn eindarrest van 21 februari 2008 heeft het hof de schade vastgesteld op fl. 22.012,38. Flora Holland had aan [appellant] in 2000 terzake reeds een compensatie betaald van fl. 20.000,--, zodat Flora Holland nog een bedrag van fl. 2.012,38 diende te betalen. Flora Holland is veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 913,18. Het hof heeft de schade berekend door de daadwerkelijke opbrengst van de anjers die [appellant] had aangeboden via het Japancollectief te verkopen af te trekken van de fictieve opbrengst die hij zou hebben gehad indien hij de door hem aangeboden anjers als lid van het Japancollectief had kunnen verkopen. Daarbij is het hof ervan uitgegaan dat van de door hem aangeboden anjers slechts een deel via het Japancollectief zou zijn verkocht, nu van alle (door alle tuinders) via het Japancollectief aangeboden anjers er daadwerkelijk slechts een deel via het Japancollectief is verkocht. Het hof is daarbij uitgegaan van de percentages die van de door [appellant] aangeboden soorten anjers daadwerkelijk via het Japancollectief zijn verkocht.
[appellant] heeft gesteld dat anjers uitsluitend werden gekocht op kleur, zodat bij de berekening had moeten worden uitgegaan van de percentages die van een bepaalde kleur daadwerkelijk via het Japancollectief zijn verkocht. [appellant] stelt dat dit voor wat betreft de aangeboden rode anjers zou hebben geleid tot een hoger percentage en dus een hogere fictieve opbrengst en een hoger schadebedrag.
3. In de dagvaarding tot herroeping stelt [appellant] dat hij later (na voormeld eindarrest, begrijpt het hof) een stuk van Flora Holland "uitwerking aanbieding en voorwaarden" en een daarbij als bijlage gevoegd "voor-intekenformulier" (door hem tezamen aangeduid als een aanbiedingsformulier) in handen heeft gekregen waaruit onomstotelijk blijkt, aldus [appellant], dat anjers in kleur aangeboden werden ongeacht de soort. Hij heeft deze stukken overgelegd als productie 7 bij zijn dagvaarding tot herroeping.
Hij stelt dat Flora Holland deze stukken van beslissende aard heeft achtergehouden en dat door Flora Holland willens en wetens gerekend werd met onjuiste gegevens.
Op grond hiervan verzoekt hij herroeping van de (alle) arresten van het hof en van het vonnis/de vonnissen van de rechtbank op grond van artikel 382, sub c, althans a, Rv.
4. Flora Holland heeft de vordering tot herroeping gemotiveerd bestreden. Zij stelt dat de thans door [appellant] als productie 7 overgelegde stukken (een stuk van Flora Holland "uitwerking aanbieding en voorwaarden" met als bijlage een "voor-intekenformulier") door [appellant] (zelf) bij zijn memorie van grieven (als producties M2 en M3) in de zaak (met rolnummer 02/1153) waarin de arresten zijn gewezen die hij wenst te herroepen, zijn overgelegd. Flora Holland heeft de in die zaak ter rolle van 27 februari 2003 door [appellant] genomen memorie van grieven overgelegd.
5. Nu uit de overgelegde memorie van grieven blijkt dat de onderhavige stukken inderdaad door [appellant] zijn overgelegd in de zaak met rolnummer 02/1153, kan niet gezegd worden dat Flora Holland stukken van beslissende aard (die de beslissing anders zouden hebben doen uitvallen als zij aan de rechter bekend zouden zijn geweest) heeft achtergehouden of dat sprake is van bedrog door Flora Holland in het geding gepleegd door deze stukken achter te houden. Bovendien valt daaruit af te leiden dat de termijn voor het instellen van de vordering tot herroeping als bedoeld in artikel 383 Rv Pro reeds lang verstreken was ten tijde van de dagvaarding tot herroeping (3 maart 2009).
Het hof is gebleken dat de door Flora Holland overgelegde memorie van grieven zich ook bevindt in het - gearchiveerde - griffiedossier van de zaak met rolnummer 02/1153.
Nu het gaat om een door [appellant] zelf genomen memorie van grieven, gaat het hof ervan uit dat deze aan [appellant] bekend is, althans behoort te zijn en ziet het hof geen aanleiding [appellant] nog in de gelegenheid te stellen zich over deze, door Flora Holland bij haar memorie van antwoord inzake het verzoek tot herroeping overgelegde, memorie van grieven uit te laten.
6. Het bovenstaande brengt mee dat het gevorderde zal worden afgewezen, met veroordeling van [appellant] in de kosten van de procedure.
7. Het hof gaat voorbij aan het bewijsaanbod van [appellant] nu geen feiten te bewijzen worden aangeboden die tot een andere beslissing zouden moeten leiden.
Beslissing
Het gerechtshof:
wijst het gevorderde af;
veroordeelt [appellant] in de kosten de procedure, tot op heden aan de zijde van Flora Holland begroot op € 313,-- aan verschotten en € 894,-- aan salaris voor de advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.D. Kiers-Becking, T.H. Tanja-van den Broek en M.Y Bonneur; het is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2010 in aanwezigheid van de griffier.