ECLI:NL:GHSGR:2010:BL6517
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- Kamminga
- Burgers-Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep curatelezaak na intrekking hoger beroep door betrokkene
In deze zaak stond de ondercuratelestelling van appellante centraal, waarbij de benoeming van een curator was vastgesteld door de rechtbank. Appellante was in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking en voerde meerdere grieven aan, waaronder het niet horen van haar door de kantonrechter en de ongeschiktheid van de curator.
Tijdens de procedure in hoger beroep ontstond onduidelijkheid over de vertegenwoordiging van betrokkene, omdat twee advocaten zich voor haar hadden gesteld en betrokkene zelf een brief had ingediend waarin zij het hoger beroep wenste in te trekken. Het hof onderzocht welke advocaat daadwerkelijk lasthebber was en concludeerde dat de advocaat die het hoger beroep had ingesteld geen schriftelijke volmacht kon overleggen, terwijl de andere advocaat een door betrokkene ondertekende intrekkingsbrief had ingediend.
Het hof oordeelde dat betrokkene het hoger beroep wilde intrekken en verklaarde appellante daarom niet-ontvankelijk. Hierdoor konden de aangevoerde grieven niet inhoudelijk worden behandeld. De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren op 17 februari 2010.
Uitkomst: Het hof verklaart appellante niet-ontvankelijk in het hoger beroep wegens intrekking door betrokkene.