ECLI:NL:GHSGR:2010:BL6521
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- van Nievelt
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake wijziging gewone verblijfplaats minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar verzoek afwees om de gewone verblijfplaats van haar minderjarige kind van de tante naar haarzelf te wijzigen. De minderjarige verblijft feitelijk sinds geboorte bij de tante, terwijl de moeder het ouderlijk gezag heeft.
De moeder stelde dat de rechtbank onvoldoende het belang van de minderjarige had meegewogen en dat de beslissing aangehouden had moeten worden in afwachting van een raadsonderzoek. Het hof overwoog dat hoger beroep in beginsel openstaat tegen eindbeschikkingen, maar dat artikel 807 Rv Pro een appelverbod inhoudt voor bepaalde besluiten, waaronder die op grond van artikel 1:253s BW.
Hoewel de moeder betoogde dat er gronden waren om het appelverbod te doorbreken, oordeelde het hof dat dit niet het geval was. De beslissing tot ondertoezichtstelling lag niet ter beoordeling bij het hof en de bestreden beschikking viel binnen het appelverbod. Daarom werd de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de beschikking over de gewone verblijfplaats van de minderjarige.