ECLI:NL:GHSGR:2010:BL6563
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.W. Savelbergh
- J.W. baron van Knobelsdorff
- P.J.J. Vonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en kwalificatie woon- en bedrijfsruimte als één onroerende zaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde en de kwalificatie van een object bestaande uit bedrijfsruimte en woonruimte, gelegen aan een adres te Zoetermeer. De rechtbank wees het beroep af, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het hof.
Het geschil betrof de vraag of het object gesplitst kon worden in twee onroerende zaken en of de aanslagen terecht waren opgelegd naar het tarief voor niet-woningen. Belanghebbende stelde dat de woon- en bedrijfsruimte afzonderlijk moesten worden gewaardeerd en dat ten minste 70% van het object woondoeleinden diende, zodat het als woning moest worden aangemerkt.
Het hof oordeelde dat de bedrijfsruimte en woonruimte als één onroerende zaak moeten worden beschouwd, mede omdat de bedrijfsruimte niet afsluitbaar is en geen eigen nutsvoorzieningen heeft. De waardering toonde aan dat slechts 65,22% van de waarde aan woondoeleinden toerekenbaar was, wat onvoldoende is om het object als woning aan te merken.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen omstandigheden waren gesteld die een standpuntbepaling van de inspecteur aannemelijk maakten. Het hof bevestigde derhalve de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de bedrijfsruimte en woonruimte als één onroerende zaak gelden en wijst het hoger beroep af omdat minder dan 70% van de waarde aan woondoeleinden kan worden toegerekend.