ECLI:NL:GHSGR:2010:BL7383
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Van Leuven
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ondertoezichtstelling minderjarige wegens onvoldoende gronden
De grootouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die de ondertoezichtstelling van hun kleinkind voor de duur van één jaar had bevolen. De minderjarige verblijft bij de grootouders, die tevens voogd zijn. De raad voor de kinderbescherming had de ondertoezichtstelling ingesteld vanwege zorgen over mogelijke overbelasting van de grootmoeder, conflicten met de vader en fysieke escalaties in de woning.
In hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat de raad onvoldoende concreet heeft gemaakt waarop de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige zou berusten. Ook is niet gebleken dat de geestelijke belangen of gezondheid van de minderjarige ernstig worden bedreigd. De raad heeft nagelaten om de zorgen nader te onderbouwen en de mogelijkheid van ambulante hulpverlening is onvoldoende onderzocht.
Het hof oordeelt dat de ondertoezichtstelling niet noodzakelijk is aangezien de doelen ervan vooral gericht zijn op het verkrijgen van zicht op de ontwikkeling van de minderjarige en de conflicten tussen grootouders en vader, wat geen geldige grond is voor ondertoezichtstelling. Daarom vernietigt het hof de beschikking en wijst het het verzoek van de raad af, waarbij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt vernietigd en het verzoek van de raad afgewezen wegens onvoldoende gronden.