ECLI:NL:GHSGR:2010:BL8563
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Van Leuven
- De Haan-Boerdijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake gezag en adoptie bij laagtechnologisch draagmoederschap
Verzoekers zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die het verzoek van de vader tot gezagswijziging en het verzoek van de wensmoeder tot adoptie van de minderjarige heeft afgewezen.
Het hof bespreekt eerst de procesrechtelijke aspecten, waaronder het niet oproepen van de draagmoeder in eerste aanleg en de verwijzing van de zaak naar een meervoudige kamer. Het hof oordeelt dat de procedure in hoger beroep deze gebreken heeft hersteld en dat geen schending van de beginselen van goede procesorde is vastgesteld.
Vervolgens behandelt het hof de inhoudelijke grieven over de toepassing van het protocol Afstand, Screening, Adoptie en Afstammingsrecht (ASAA) en de verschillen tussen laagtechnologisch en hoogtechnologisch draagmoederschap. Het hof constateert dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar het belang van de minderjarige en de geschiktheid van de ouders voor gezag en adoptie.
Daarom verzoekt het hof de Raad voor de Kinderbescherming een uitgebreid onderzoek uit te voeren conform het protocol ASAA en hierover advies uit te brengen. De behandeling van de zaak wordt aangehouden tot de rapportage van de raad, waarna het hof een beslissing zal nemen die het belang van de minderjarige centraal stelt.
Uitkomst: De behandeling van de zaak wordt aangehouden tot ontvangst van een rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming over gezag en adoptie.