ECLI:NL:GHSGR:2010:BL8861
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Mink
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vervangende toestemming erkenning minderjarige ondanks bezwaren moeder
In deze zaak staat de vervangende toestemming tot erkenning van een minderjarige door de man centraal. De moeder verzet zich tegen deze erkenning omdat zij vreest voor verstoring van haar gezin en de emotionele ontwikkeling van het kind. Zij stelt dat de man zich niet heeft betrokken bij de opvoeding en agressief zou zijn.
Het hof overweegt dat de man de biologische vader is en dat erkenning in beginsel niet kan worden onthouden. De belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind en de belangen van het kind worden afgewogen tegen het belang van de man om een familierechtelijke band te krijgen. De door de moeder aangevoerde omstandigheden uit het verleden zijn volgens het hof niet meer doorslaggevend en onvoldoende onderbouwd om de erkenning te weigeren.
De man heeft verklaard een vader op afstand te willen zijn en niet te streven naar gezag. De bijzonder curator ondersteunt dit standpunt en benadrukt het recht van het kind om te weten van wie hij afstamt. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking waarin vervangende toestemming is verleend en wijst het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot vervangende toestemming voor erkenning van de minderjarige door de man en wijst het beroep van de moeder af.