ECLI:NL:GHSGR:2010:BL8862
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Van Leuven
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Toekenning van het ouderlijk gezag aan de moeder en afwijzing verzoek vader tot gezamenlijk gezag
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Middelburg waarin haar verzoek om het gezag over haar minderjarige kind werd afgewezen. De moeder betoogde dat de rechtbank een onjuist toetsingscriterium had gehanteerd en dat de beoordeling aan artikel 1:253b lid 5 BW had moeten plaatsvinden. Zowel Jeugdzorg als de raad voor de kinderbescherming gaven aan dat de thuissituatie van de moeder inmiddels stabiel is en dat er geen bezwaar is tegen het toekennen van het gezag aan haar.
De vader, die gedetineerd is en tegen wie verdenkingen van seksueel misbruik spelen, verzocht voorwaardelijk incidenteel om gezamenlijk gezag. Het hof oordeelde dat het verzoek van de moeder getoetst moest worden aan het criterium van gegronde vrees voor verwaarlozing van de belangen van de minderjarige. Aangezien geen bezwaren tegen het gezag aan de moeder waren, wees het hof het verzoek van de vader af vanwege het risico dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en de onduidelijkheid over de strafzaak.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover nodig en bepaalde dat alleen de moeder met het gezag over de minderjarige wordt belast. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige in hoger beroep verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Het gezag over de minderjarige wordt uitsluitend aan de moeder toegekend, het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag wordt afgewezen.