ECLI:NL:GHSGR:2010:BL8981
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.J. Mos-Verstraten
- J. Kamminga
- M. Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling tussen vader en minderjarige wegens strijd met belangen kind
De zaak betreft een verzoek van de vader om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind vast te stellen. De moeder heeft het eenhoofdig gezag en stelt dat omgang niet in het belang van het kind is, mede omdat het kind zelf geen omgang wenst. De raad voor de kinderbescherming heeft geconstateerd dat het ouderschapsonderzoek geen doorbraak heeft gebracht en benadrukt de noodzaak van inzet van beide ouders om de angst van het kind voor de vader weg te nemen.
Sinds het begin van de procedure in 2002 zijn ruim zeven jaar verstreken. In deze periode zijn diverse pogingen ondernomen om tot omgang te komen, waaronder begeleide omgangscontacten en een deskundigenonderzoek. Echter, de moeder weigerde verdere medewerking aan mediation, en de vader verscheen niet op de zitting en gaf aan geen verdere gevolgen aan zijn verweer te willen verbinden.
Het hof stelt dat het in beginsel in het belang van het kind is contact te hebben met de niet-verzorgende ouder, maar dat in dit geval sprake is van een contra-indicatie wegens strijd met het zwaarwegende belang van het kind. De procedure heeft geleid tot voortdurende onrust bij het kind, die door het opleggen van een omgangsregeling zou verergeren. Gezien de spanningen en het gebrek aan medewerking wijst het hof het verzoek van de vader af en vernietigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling af wegens strijd met het zwaarwegende belang van de minderjarige.