ECLI:NL:GHSGR:2010:BL8987
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Mos-Verstraten
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats minderjarigen en kinderalimentatie na echtscheiding
In deze zaak staat de hoofdverblijfplaats van twee minderjarigen en de bijdrage in de kosten van hun verzorging en opvoeding ter discussie na een echtscheiding. De vrouw verzoekt het hof om de hoofdverblijfplaats bij haar vast te stellen of een co-ouderschapsregeling in te voeren, terwijl de man stelt dat hij sinds het uiteengaan van partijen de volledige zorg draagt en de minderjarigen bij hem willen blijven wonen.
Het hof oordeelt dat de rechtbank terecht heeft vastgesteld dat de hoofdverblijfplaats bij de man is, gelet op de feitelijke situatie en het belang van de minderjarigen bij continuïteit. De vrouw heeft onvoldoende aangetoond dat zij haar situatie op orde heeft en dat een wijziging in het belang van de kinderen is. Ook het subsidiaire verzoek tot co-ouderschap wordt afgewezen.
Ten aanzien van de kinderalimentatie stelt het hof vast dat de behoefte van de minderjarigen €704 per maand bedraagt, conform de Tremanormen zonder verrekening van kinderbijslag. De draagkracht van de man wordt vastgesteld op een bijdrage van €85 per maand, waardoor de vrouw haar bijdrage verminderd ziet tot €619 per maand. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat haar draagkracht beperkt is. Het hof vernietigt het eerdere besluit over de kinderalimentatie en stelt deze nieuwe bijdrage vast met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarigen blijft bij de man en de vrouw betaalt €619 per maand kinderalimentatie.