ECLI:NL:GHSGR:2010:BL9390
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- De Haan-Boerdijk
- Linsen-Penning de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen en procesorde
In deze zaak stond de verlenging van de ondertoezichtstelling van zes minderjarigen centraal. De moeder was in hoger beroep gegaan tegen de beschikking van de rechtbank die de ondertoezichtstelling verlengde tot augustus 2010. De Raad voor de Rechtspraak en de WSJ waren betrokken partijen.
Het hof oordeelde dat voor vijf van de minderjarigen onvoldoende sprake was van een ernstige bedreiging van hun ontwikkeling. Dit mede doordat Jeugdzorg weinig tot geen contact had met het gezin en er geen recente zorgelijke signalen waren. Daarom werd de verlenging voor deze vijf kinderen vernietigd. Voor de oudste minderjarige met verstandelijke en lichamelijke handicaps achtte het hof de verlenging wel gerechtvaardigd vanwege de noodzaak van een stabiele en gestructureerde opvoeding.
De moeder had ook procesrechtelijke grieven aangevoerd, waaronder schending van de goede procesorde en het niet tijdig indienen van een grief over de duur van de ondertoezichtstelling. Het hof verwierp deze grieven, onder meer omdat de moeder voldoende gelegenheid had gehad haar standpunten te uiten en de minderjarige sub b was gehoord. De bestreden beschikking werd voor het overige bekrachtigd en het beroep deels afgewezen.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling wordt vernietigd voor vijf minderjarigen en bekrachtigd voor één minderjarige met handicaps.