ECLI:NL:GHSGR:2010:BM0315
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- De Haan-Boerdijk
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht vader met minderjarige wegens belangen van het kind
In deze zaak stond het verzoek van de vader centraal om omgang met zijn minderjarige kind te verkrijgen. Het hof behandelde het hoger beroep tegen een eerdere beschikking waarin omgang was ontzegd. De Raad voor de Kinderbescherming had geadviseerd de omgangsregeling op te schorten vanwege de problematische situatie rondom de minderjarige en de ouders.
De vader was niet verschenen bij de zitting en verzocht om aanhouding van de behandeling, wat door het hof werd afgewezen. De raad stelde dat het contact met de vader op dit moment niet in het belang van het kind was vanwege de heftige problematiek en het ontbreken van inzicht bij de vader in zijn eigen gedrag. De moeder bevestigde dat de situatie van het kind stabiel was en dat contact met de vader niet wenselijk was.
Het hof oordeelde dat de vader de oorzaak van de problemen buiten zichzelf legt en onvoldoende inzicht toont. Gezien de belangen van het kind en de spanningen die omgang met de vader veroorzaakt, werd het omgangsrecht ontzegd voor de duur van één jaar. Het verzoek van de vader tot aanhouding en verdere omgang werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof ontzegt de vader het recht op omgang met de minderjarige voor de duur van één jaar.