ECLI:NL:GHSGR:2010:BM1619
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- van Nievelt
- Engel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep draagkrachtvergelijking en kinderalimentatie vader aan moeder
In deze zaak staat de hoogte en ingangsdatum van de kinderalimentatie die de vader aan de moeder moet betalen ter discussie. Na DNA-onderzoek werd vastgesteld dat de vader de biologische vader is, waarna de moeder bijna twee jaar wachtte met het indienen van haar verzoek. Het hof acht het redelijk om de alimentatieverplichting te laten ingaan op 26 mei 2008, aansluitend bij het inleidend verzoekschrift.
Partijen zijn het eens over de behoefte van de minderjarige, vastgesteld op €460 per maand plus kosten kinderopvang. De hoogte van de kinderopvangkosten is onderwerp van discussie; het hof acht €305 per maand redelijk. De draagkracht van beide ouders wordt vergeleken waarbij de minderjarige buiten beschouwing blijft, waardoor beide ouders als alleenstaande worden beschouwd.
De moeder voert een winst uit onderneming van €56.244,- aan, met aftrekposten voor zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling. De vader stelt dat het inkomen van de moeder hoger is, maar het hof volgt de moeder gezien haar conjonctuurgevoelige onderneming en prognose van dalende omzet. De vader heeft een bruto jaarinkomen van €50.123,- en geen winst uit onderneming. Na verrekening van lasten komt het hof tot een draagkracht van €680 voor de moeder en €586 voor de vader.
Op basis van deze draagkrachtvergelijking bepaalt het hof dat de vader een bijdrage van €341 per maand moet betalen aan de moeder voor de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. De bestreden beschikking wordt op dit punt vernietigd en opnieuw vastgesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het overige in hoger beroep verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De vader moet vanaf 26 mei 2008 een bijdrage van €341 per maand betalen voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige.