ECLI:NL:GHSGR:2010:BM2869

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
27 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HD 200.053.244
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Meulenbroek
  • Keizer
  • Kleijngeld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 111 lid 2 sub a RvArt. 120 lid 1 RvArt. 120 lid 2 RvArt. 125 lid 2 RvArt. 339 lid 2 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens nietigheid en overschrijding appeltermijn

In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Gravenhage het hoger beroep van appellanten niet-ontvankelijk verklaard. De appeldagvaarding vermeldde niet de juiste nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, wat een nietigheid oplevert volgens artikel 120 lid 1 Rv Pro. Het herstelexploot dat dit gebrek moest herstellen, werd te laat uitgebracht, namelijk na de roldatum, en kon de nietigheid niet opheffen.

Daarnaast was de eerste dagvaarding niet tijdig ingeschreven bij de nevenzittingsplaats, waardoor het hoger beroep niet rechtsgeldig was aangevangen. Zelfs als het herstelexploot als zelfstandige dagvaarding werd beschouwd, was deze te laat, na het verstrijken van de appeltermijn, waardoor appellanten niet-ontvankelijk moesten worden verklaard.

Het hof verwees naar een vergelijkbaar arrest van de Hoge Raad waarin soortgelijke procedurele fouten tot niet-ontvankelijkheid leidden. De appeltermijn is van openbare orde en dient ambtshalve te worden bewaakt. Tot slot veroordeelde het hof appellanten in de kosten van het hoger beroep.

Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens nietigheid van de dagvaarding en overschrijding van de appeltermijn.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE
Nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch
Sector civiel recht
zaaknummer HD 200.053.244
arrest van de zevende kamer van 27 april 2010
in de zaak van
de vennootschap onder firma RESTAURANT [X] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats]
[APPELLANT SUB 1],
[APPELLANTE SUB 2],
beiden wonende en zaakdrijvende te [plaats],
appellanten,
hierna tezamen aan te duiden als [appellanten],
advocaat: mr. R.M. van Rompaey,
tegen:
[GEINTIMEERDE],
wonende te [plaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde],
advocaat: mr. M.L. Huisman,
op het bij exploot van dagvaarding van 10 december 2009 en herstelexploot van 28 december 2009 ingeleide hoger beroep van het vonnis in kort geding van de rechtbank Middelburg, sector kanton, locatie Middelburg, van 12 november 2009, gewezen tussen [appellanten] als gedaagden en [geïntimeerde] als eiseres.
1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 193352/VV 09-74)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. Bij de appeldagvaarding hebben [appellanten] zes producties overgelegd, vier grieven aangevoerd tegen het beroepen vonnis en geconcludeerd tot hetgeen aan het slot van die dagvaarding staat omschreven.
2.2. Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] acht producties overgelegd, de grieven bestreden en geconcludeerd tot, kort gezegd, bekrachtiging van het beroepen vonnis.
2.3. De partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.
3. De gronden van het hoger beroep
Voor de exacte inhoud van de grieven verwijst het hof naar de appeldagvaarding.
4. De beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep
4.1. Het hof dient eerst ambtshalve vast te stellen of het hoger beroep binnen de appeltermijn is ingesteld.
4.2. Het beroepen vonnis betreft een vonnis in kort geding. De appeltermijn bedraagt ingevolge artikel 339 lid 2 Rv Pro vier weken. Aangezien het beroepen vonnis dateert van donderdag 12 november 2009 was donderdag 10 december 2009 de laatste dag van de appeltermijn.
4.3. Bij dagvaarding van 10 december 2009 hebben [appellanten]:
aan [geïntimeerde] aangezegd hoger beroep in te stellen van het beroepen vonnis;
[geïntimeerde] opgeroepen om op dinsdag 22 december 2009 vertegenwoordigd door een advocaat te verschijnen ter terechtzitting van het gerechtshof te 's-Gravenhage.
4.4. Bij besluit van de Raad voor de Rechtspraak van 4 februari 2009, op 20 februari 2009 gepubliceerd in de Staatscourant nr. 35 (2692), is het gerechtshof 's-Hertogenbosch aangewezen als nevenzittingsplaats van het gerechtshof 's-Gravenhage voor de behandeling van civiele zaken van de rechtbank Middelburg, waarvan op of na 1 april 2009 hoger beroep wordt ingesteld.
4.5. Het voorgaande betekent dat het onderhavige hoger beroep diende te worden aangebracht bij en dient te worden behandeld door het gerechthof 's-Hertogenbosch.
In de appeldagvaarding is in strijd met artikel 111 lid 2 sub a Rv Pro niet het adres van deze nevenzittingsplaats vermeld waar de zaak moet worden behandeld. Dit is een gebrek dat ingevolge artikel 120 lid 1 Rv Pro nietigheid van de appeldagvaarding meebrengt.
4.6. Ingevolge artikel 120 lid 2 Rv Pro kan een gebrek in het exploot van dagvaarding dat nietigheid meebrengt, worden hersteld bij exploot, uitgebracht vóór de eerste roldatum.
[appellanten] hebben [geïntimeerde] bij het herstelexploot van 28 december 2009 opgeroepen om op dinsdag 12 januari 2010 vertegenwoordigd door een advocaat te verschijnen ter terechtzitting van het gerechtshof 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch. Dit exploot heeft echter geen herstel als bedoeld in artikel 120 lid 2 Rv Pro meegebracht, omdat het herstelexploot is uitgebracht ná de in het eerste exploot genoemde roldatum van 22 december 2009.
4.7. Het hof constateert voorts dat het dagvaardingsexploot van 10 december 2009 op de roldatum van 22 december 2009 niet is aangebracht bij de nevenzittingsplaats
's-Hertogenbosch overeenkomstig artikel 125 lid 2 Rv Pro. Het voorgaande voert tot de conclusie dat het onderhavige hoger beroep niet is aangevangen op basis van de (nietige en niet ingeschreven) appeldagvaarding van 10 december 2009.
4.8. Voor zover het herstelexploot van 28 december 2009 kan worden gezien als zelfstandige appeldagvaarding ter inleiding van het onderhavige hoger beroep, is die appeldagvaarding uitgebracht ná het verstrijken van de appeltermijn. Het hof verwijst voor een min of meer vergelijkbaar geval, waarin het eerste exploot niet is ingeschreven en het tweede exploot wel is ingeschreven maar van na de appeltermijn dateerde, naar het arrest van de Hoge Raad van 26 februari 2010, LJN BL2246. Appeltermijnen zijn van openbare orde en het hof dient die termijnen ambtshalve te bewaken. Dit brengt mee dat [appellanten] niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun hoger beroep.
4.9. Het hof zal [appellanten] veroordelen in de kosten van het hoger beroep.
5. De uitspraak
Het hof:
verklaart [appellanten] niet-ontvankelijk in dit hoger beroep;
veroordeelt [appellanten] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 262,-- aan vast recht en op € 894,-- aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. Meulenbroek, Keizer en Kleijngeld en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 april 2010.