ECLI:NL:GHSGR:2010:BM3692
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.J. de Haan-Boerdijk
- Bouritius
- Van Wijk
- Rechtspraak.nl
Toelating getuigenverhoor jongmeerderjarige in bewijslevering samenwoning na scheiding
In deze civiele zaak staat centraal of de onderhoudsverplichting van de man jegens de vrouw van rechtswege is geëindigd vanwege haar samenwoning met een ander als waren zij gehuwd. De man is in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van zijn verzoek om de bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw op nihil te stellen.
De man stelt dat hij niet geslaagd is in het bewijs dat de vrouw met de heer met wie zij samenwoont een affectieve relatie van duurzame aard heeft, waarbij sprake is van wederzijdse verzorging en een gemeenschappelijke huishouding. Hij wenst daarom de inmiddels jongmeerderjarige zoon van partijen als getuige te horen, omdat deze als inwonend bij de vrouw en haar partner hierover kan verklaren.
Het hof overweegt dat artikel 1:160 BW Pro restrictief moet worden uitgelegd en dat voor samenwoning als waren zij gehuwd vereist is dat er sprake is van wederzijdse verzorging en een gemeenschappelijke huishouding. Het hof laat de man toe tot het leveren van het bewijs door het horen van de jongmeerderjarige zoon als getuige. Een datum voor het getuigenverhoor zal worden vastgesteld en het verdere verloop van de bewijslevering wordt aan de raadsheer-commissaris overgelaten. De vrouw wordt daarna toegelaten tot tegenbewijs.
De beslissing houdt iedere verdere beslissing aan en bepaalt de procedure voor het getuigenverhoor en de communicatie van verhinderingen door partijen.
Uitkomst: Het hof staat toe dat de man de jongmeerderjarige zoon als getuige hoort en houdt verdere beslissing aan.