ECLI:NL:GHSGR:2010:BM3990
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.A. Van Dijk
- J.H. Husson
- J.A. Mulder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bijdrage levensonderhoud minderjarige kinderen in hoger beroep
In deze zaak stond de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van twee minderjarige kinderen centraal. De vader was in eerste aanleg veroordeeld tot betaling van een maandelijkse kinderalimentatie van €560,-. Hij kwam in hoger beroep met het verzoek deze bijdrage te vernietigen of nihil te stellen, stellende onvoldoende draagkracht te hebben.
Het hof oordeelde dat het beroep van de vader niet ontvankelijk was wegens het niet tijdig indienen van een verweerschrift, maar dit gebrek werd in hoger beroep hersteld. De vader voerde als grondslag voor zijn verzoek een beroep op artikel 1:401 BW Pro aan, maar het hof stelde dat dit niet van toepassing was bij de eerste vaststelling van kinderalimentatie.
Het hof beoordeelde vervolgens de draagkracht van de vader over twee perioden, van 1 september 2008 tot 1 maart 2009 en vanaf 1 maart 2009, rekening houdend met zijn inkomen, lasten, en de nieuwe normering voor kinderalimentatie. De vader had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn nieuwe partner niet in haar eigen levensonderhoud kon voorzien, waardoor de helft van de huurlasten werd toegerekend aan de partner.
Na uitgebreide beoordeling van de inkomsten, woonlasten, verzekeringspremies en andere lasten, concludeerde het hof dat de vader voldoende draagkracht heeft om de vastgestelde kinderalimentatie te betalen. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees het beroep van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de vader een maandelijkse bijdrage in kinderalimentatie moet betalen en wijst het beroep af.