ECLI:NL:GHSGR:2010:BM5067
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- van Nievelt
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap en afwijzing verzoek achternaamswijziging minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin haar verzoek tot ontkenning van het vaderschap werd afgewezen. De bijzondere curator had namens de minderjarige eveneens een verzoek tot ontkenning van het vaderschap ingediend. De vader, van wie geen woon- of verblijfplaats bekend is, was via een advertentie opgeroepen maar niet verschenen.
De moeder stelde dat de vader niet de biologische vader kon zijn omdat hij al voor de conceptie uit Nederland was uitgezet en nooit meer in Nederland was ingeschreven. Zij voerde tevens het belang van de minderjarige aan, die niet met een juridische vader wil leven die hij nooit heeft gezien en met een Turkse nationaliteit die hij afwijst.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat het verzoek tot ontkenning van het vaderschap gegrond is op basis van feiten en bewijsstukken, waaronder een politiebericht en inschrijvingsgegevens. Het verzoek tot achternaamswijziging werd afgewezen omdat het rechtsgevolg van de ontkenning van het vaderschap automatisch tot naamswijziging leidt.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking en verklaarde de ontkenning van het vaderschap gegrond. Het verzoek om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren werd afgewezen vanwege de aard van de zaak.
Uitkomst: De ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap is gegrond verklaard en het verzoek tot achternaamswijziging is afgewezen.