ECLI:NL:GHSGR:2010:BM5254
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- De Haan-Boerdijk
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning en omgangsregeling minderjarige
In deze zaak staat de vervangende toestemming tot erkenning van een minderjarige en de vaststelling van een omgangsregeling centraal. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank waarbij de man vervangende toestemming tot erkenning kreeg en een omgangsregeling werd vastgesteld. De moeder betoogde dat de man de procedure onredelijk vertraagde en dat erkenning en omgang niet in het belang van het kind zouden zijn.
Het hof oordeelt dat de moeder de procedure niet onredelijk heeft vertraagd en dat er geen reële risico's zijn dat de erkenning de sociaal-psychologische en emotionele ontwikkeling van het kind schaadt. De spanningen tussen ouders en de psychische klachten van de moeder zijn onvoldoende om de erkenning te weigeren.
Over de omgang is het hof van oordeel dat er onvoldoende informatie is om een beslissing te nemen en verzoekt de raad voor de kinderbescherming een onderzoek te doen naar de belangen van het kind bij omgang. De zaak wordt aangehouden tot de pro forma zitting in mei 2010. De verzoeken van de man tot naleving van de omgangsregeling worden eveneens aangehouden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vervangende toestemming tot erkenning en houdt de beslissing over omgang aan voor nader onderzoek.