ECLI:NL:GHSGR:2010:BM5871
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- R.S. van Coevorden
- M.H. van Coeverden
- R.C. Schlingemann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging stilzwijgende verlenging huurovereenkomst en betalingsverplichting huur
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de huurovereenkomst tussen Sabon Nederland B.V. en [de verhuurder] na de expiratiedatum van 31 december 2006 rechtsgeldig was verlengd. Sabon stelde dat er geen verlenging was overeengekomen, maar het hof oordeelde dat de huurovereenkomst stilzwijgend voor vijf jaar was voortgezet, aangezien geen rechtsgeldige opzegging was gedaan.
Sabon werd toegelaten tot het leveren van tegenbewijs, maar slaagde hier niet in. Getuigenverklaringen gaven geen aanwijzingen dat partijen hadden gesproken over het niet verlengen van de overeenkomst. De mededeling van Sabons directeur dat het huren een tussenoplossing was, werd onvoldoende duidelijk geacht om de verlenging te weerleggen.
Het hof benadrukte dat Sabon, als bedrijfsmatig actief in de huurmarkt en met een jurist als directeur, bekend had moeten zijn met de standaard verlengingsclausule in de huurovereenkomst. Het niet uiten van bezwaar tegen deze clausule leidde tot de conclusie dat Sabon instemde met de verlenging.
Verder werd vastgesteld dat Sabons verweer tegen de schadevergoeding vanaf 1 juni 2008 faalde, nu partijen overeenkwamen dat de huurovereenkomst per die datum met wederzijds goedvinden eindigde. Het hoger beroep werd afgewezen en het vonnis van de rechtbank Rotterdam bekrachtigd. Sabon werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank Rotterdam wordt bekrachtigd, waarbij Sabon gehouden is tot betaling van huur tot 1 juni 2008.