ECLI:NL:GHSGR:2010:BM7574
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot zekerheidstelling bij uitvoerbaarheid bij voorraad in civiele zaak
In deze civiele procedure vordert Apotex dat Mark Four Enterprises B.V. (MFE) zekerheid stelt voor het door Apotex te betalen bedrag, om het restitutierisico te beperken bij de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis waarvan beroep. De rechtbank had Apotex veroordeeld tot betaling aan MFE, maar Apotex berust niet in dit vonnis en vordert zekerheidstelling op grond van artikel 235 Rv Pro.
Het hof overweegt dat bij de belangenafweging het belang van Apotex bij zekerheidstelling moet worden afgewogen tegen het belang van MFE bij onvoorwaardelijke ontvangst van het toegewezen bedrag. MFE stelt dat zij het bedrag nodig heeft voor investeringen en dat een bankgarantie haar belemmerd in haar bedrijfsvoering. Apotex stelt daartegenover dat MFE een klein bedrijf is met een gering eigen vermogen en dat er een risico bestaat dat het bedrag niet kan worden teruggevorderd.
Het hof oordeelt dat het restitutierisico onvoldoende concreet is onderbouwd door Apotex en dat het belang van MFE bij vrije beschikking over het bedrag zwaarder weegt. De vordering tot zekerheidstelling wordt daarom afgewezen. Apotex wordt veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol van 11 mei 2010 voor memorie van grieven.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot zekerheidstelling af en veroordeelt Apotex in de kosten van het incident.