ECLI:NL:GHSGR:2010:BM7707

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
12 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
22-004655-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 Werkloosheidswet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken van opzettelijk handelen bij niet verstrekken gegevens UWV

In deze strafzaak stond de verdachte terecht wegens het opzettelijk niet tijdig verstrekken van gegevens aan het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), in strijd met de informatieplicht uit artikel 25 van Pro de Werkloosheidswet. De verdachte zou niet hebben gemeld dat hij werkzaamheden verrichtte en inkomsten genoot uit zijn eigen bedrijf en een ander bedrijf, wat van belang was voor de vaststelling van zijn recht op uitkeringen.

De rechtbank Rotterdam had de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan een deel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof 's-Gravenhage.

Het hof heeft het onderzoek van de rechtbank en het hoger beroep behandeld en concludeerde dat niet wettig is bewezen dat de verdachte opzettelijk heeft gehandeld, ook niet in voorwaardelijke zin. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van de tenlastelegging.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het wettig en overtuigend bewijs van opzet bij het opleggen van strafrechtelijke sancties voor het niet naleven van informatieverplichtingen onder de Werkloosheidswet.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig bewijs van opzettelijk niet verstrekken van gegevens aan UWV.

Uitspraak

Rolnummer: 22-004655-08
Parketnummer: 10-771298-06
Datum uitspraak: 12 mei 2010
TEGENSPRAAK
Gerechtshof te 's-Gravenhage
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van
1 september 2008 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1963,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 29 april 2010.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op één (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 15 maart 2004 tot en met 6 november 2005, te Nieuwe Tonge, gemeente Middelharnis, en/of Breda en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten de informatieplicht vermeld in (artikel 25 van Pro) de Werkloosheidswet, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken aan het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV Gak), terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze gegevens van belang waren voor de vaststelling van zijn eigen of eens anders recht op (de hoogte of de duur van) een verstrekking of tegemoetkoming krachtens de Werkloosheidswet, immers heeft hij, verdachte, (telkens) opzettelijk niet (onverwijld) aan dat bestuursorgaan medegedeeld, dat door hem, verdachte, werkzaamheden werden verricht voor
- [bedrijfsnaam 1] (verdachtes eigen bedrijf) en/of
- [bedrijfsnaam 2] te 's-Gravenhage
en/of daaruit inkomsten heeft genoten, zulks terwijl dit/deze feit(en) kon(den) strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is uit het onderzoek ter terechtzitting niet gebleken van enig opzettelijk handelen van de verdachte, ook niet in voorwaardelijke zin. Nu niet wettig is bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, behoort de verdachte daarvan te worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. A.S.M. Horstink, mr. N. Zandbergen en mr. N. Schaar, in bijzijn van de griffier mr. C.J.A. Sabatier.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 mei 2010.