ECLI:NL:GHSGR:2010:BM9446
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Van Dijk
- Mertens-de Jong
- Rechtspraak.nl
Verdeling verkoopopbrengst voormalige echtelijke woning na echtscheiding
In deze zaak stond de verdeling van de verkoopopbrengst van de voormalige echtelijke woning centraal na de echtscheiding van partijen. De man was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin de opbrengst ongelijk werd verdeeld, waarbij de vrouw het grootste deel ontving. De man stelde dat de vrouw onvoldoende had aangetoond dat zij schenkingen had ontvangen die waren gebruikt voor de financiering en aflossing van de woning.
Tijdens de mondelinge behandeling en op basis van ingebrachte stukken stelde het hof vast dat de vrouw inderdaad schenkingen van haar ouders had ontvangen, waaronder een fonds voor de kinderen, en dat deze gelden waren aangewend voor aflossing van de hypothecaire lening. Het hof achtte het onwaarschijnlijk dat de aflossingen uit het gezamenlijke inkomen van partijen konden zijn gedaan, gezien het gezinsinkomen en de gezinssamenstelling.
Het hof concludeerde dat de vrouw uit privévermogen de hypothecaire lening had afgelost en dat deze aflossingen niet in de verrekening behoefden te worden betrokken. De bestreden beschikking werd dan ook bekrachtigd, waarbij de verdeling van de verkoopopbrengst gehandhaafd bleef zoals vastgesteld door de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking waarbij de verkoopopbrengst van de woning ongelijk wordt verdeeld vanwege schenkingen van de vrouw.