ECLI:NL:GHSGR:2010:BM9610
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- M.C.M. van Dijk
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over invulling leemte in Sociaal Plan en vergoeding werknemer
In deze zaak stond de invulling van een leemte in het Sociaal Plan centraal, waarbij de werknemer een vergoeding vorderde na het beëindigen van zijn dienstverband bij E.ON. Het hof heeft vastgesteld dat de werknemer recht heeft op 70% van de in het Sociaal Plan bedoelde formule, wat neerkomt op een bruto bedrag van circa €22.145. Hierbij is rekening gehouden met de mate van onzekerheid die de werknemer heeft ervaren en de mogelijkheid om binnen E.ON een andere functie te vinden.
Het hof oordeelde verder dat de uitdiensttredingsdatum, gelet op de ontslagbrief en de daaropvolgende communicatie, correct is vastgesteld op 30 juni 2006. Daarnaast verwierp het hof het argument van E.ON dat het Sociaal Plan geen uitkering zou toekennen aan werknemers die pas ontslag nemen nadat zij een andere baan hebben gevonden, omdat het plan daarin niet voorziet.
De werknemer had onvoldoende gesteld omtrent buitengerechtelijke kosten, zodat deze niet werden toegewezen. De wettelijke rente werd toegekend vanaf 1 juli 2006, de dag na het einde van het dienstverband. Omdat beide partijen op wezenlijke punten in het ongelijk zijn gesteld, werden de proceskosten in beide instanties gecompenseerd. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees het hoger beroep van de werknemer toe.
Uitkomst: Het hof veroordeelt E.ON tot betaling van €22.145 bruto aan de werknemer, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 juli 2006.