ECLI:NL:GHSGR:2010:BM9719
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- J.W. van Rijkom
- R.S. van Coevorden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over voortgezette prepensioenopbouw en uitleg sociaal plan na reorganisatie
In deze civiele zaak staat de uitleg van een sociaal plan centraal dat is opgesteld in het kader van een reorganisatie waarbij de arbeidsovereenkomst van de werknemer bij Atofina Rotterdam B.V. (rechtsvoorganger van Arkema) eindigde. De werknemer vordert voortgezette opbouw van haar prepensioen tot haar 62e jaar, zoals toegezegd in het sociaal plan.
De werknemer was bijna 36 jaar in dienst bij Atofina en werd ontslagen vanwege reorganisatie. Het sociaal plan voorzag in een aanvulling op de uitkering tot 85% van het laatstgenoten bruto inkomen en voortzetting van de pensioenopbouw tot de prepensioenleeftijd. Na het dienstverband trad zij in dienst bij Cerexagri B.V., onderdeel van hetzelfde concern, waar geen verdere pensioenopbouw plaatsvond. Arkema betwist dat zij gehouden is tot voortgezette opbouw na het einde van de aanvulling en wijst op de Wet VPL die per 1 januari 2006 van kracht werd.
Het hof oordeelt dat de 'aanvullingsduur' in het sociaal plan slechts een rekeneenheid is voor de uitkering ineens en dat het recht op voortgezette pensioenopbouw niet afhankelijk is van het daadwerkelijk ontvangen van sociale verzekeringsuitkeringen. De Wet VPL leidt niet tot nietigheid van de pensioenafspraken, maar vereist een andere wijze van invulling, hetgeen niet gemotiveerd is weersproken door Arkema. Het hof wijst ook het standpunt af dat de pensioenopbouw ineens opeisbaar is, omdat afkoop in strijd is met de Pensioenwet.
De zaak wordt aangehouden voor een comparitie van partijen om nadere toelichting te geven en een minnelijke regeling te beproeven. Het hof beveelt partijen te verschijnen en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof houdt verdere beslissing aan en beveelt een comparitie voor nadere toelichting en minnelijke regeling.