ECLI:NL:GHSGR:2010:BN0399
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Van den Wildenberg
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling en parentificatie
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter die haar dochter, een minderjarige geboren in 2000, onder toezicht stelde van Jeugdzorg voor de periode van één jaar. De moeder betwistte de ondertoezichtstelling en voerde aan dat de minderjarige niet wordt bedreigd in haar ontwikkeling, dat zij onterecht wordt belast met volwassenproblemen en dat de ondertoezichtstelling onterecht wordt ingezet om een omgangsregeling met de vader af te dwingen.
De raad voor de kinderbescherming en de vader voerden verweer en stelden dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de relatie tussen moeder en kind te herstellen en het negatieve beeld van de vader te neutraliseren. Zij wezen op de negatieve invloed van de moeder, het ontbreken van contact tussen vader en kind, en de parentificatie van de minderjarige door de chronische ziekte van de moeder.
Het hof overwoog dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling, zoals bedoeld in artikel 1:254 BW Pro, aanwezig waren en nog steeds aanwezig zijn. De moeder belast de minderjarige onnodig met volwassenproblemen, erkent haar aandeel daarin niet en is ambivalent en onbestendig in de hulpverlening. De ondertoezichtstelling is niet bedoeld om een omgangsregeling af te dwingen, maar om de bedreigde ontwikkeling van de minderjarige af te wenden.
Het hof besloot de bestreden beschikking te bekrachtigen en zag geen aanleiding om de minderjarige te horen vanwege haar jonge leeftijd en de beschikbare informatie. De ondertoezichtstelling blijft van kracht tot 5 februari 2011.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling en parentificatie.