ECLI:NL:GHSGR:2010:BN0619
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen handel en vervoer van heroïne en cocaïne
De verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van het voorbereiden, bevorderen, verkopen, afleveren en vervoeren van handelshoeveelheden heroïne en cocaïne in Nederland en België tussen juni en november 2007. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat zij samen met anderen deze feiten heeft gepleegd, waaronder het aanwezig hebben van circa 103 gram cocaïne.
De verdediging voerde onder meer een Salduz-verweer aan, stellende dat de eerste verklaring van verdachte zonder raadpleging van een raadsman onrechtmatig was, maar dit werd door het hof verworpen. Ook werd een vertaalfout in uitgeluisterde telefoongesprekken aangevoerd, maar het hof oordeelde dat dit niet afdeed aan de bewijswaarde van het geheel.
De raadsman betoogde dat het aandeel van verdachte slechts medeplichtigheid betrof, maar het hof stelde vast dat sprake was van medeplegen vanwege nauwe en bewuste samenwerking. Gelet op de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het ontbreken van eerdere veroordelingen, legde het hof een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan een deel voorwaardelijk met reclasseringstoezicht.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij het bewezenverklaarde werd bevestigd en verdachte strafbaar werd verklaard. De straf werd verminderd ten opzichte van het gevorderde hoger beroep, met aftrek van voorarrest en oplegging van bijzondere voorwaarden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met reclasseringstoezicht.