ECLI:NL:GHSGR:2010:BN0736
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- De Haan-Boerdijk
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de kinderrechter die een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige zoon heeft bevolen. De moeder betwist dat de gronden voor deze maatregelen aanwezig zijn en stelt dat de opvoedingssituatie geen bedreiging vormt en dat de uithuisplaatsing disproportioneel is.
De raad voor de kinderbescherming en Jeugdzorg stellen dat de ouders niet met elkaar communiceren, wat leidt tot een loyaliteitsconflict bij de minderjarige en gedragsproblemen. De moeder zou pedagogisch onmachtig zijn en onvoldoende controle en structuur bieden, waardoor vrijwillige hulpverlening ontoereikend is. De minderjarige verblijft momenteel in een logeerhuis waar hij rust en structuur krijgt.
Het hof oordeelt dat de kinderrechter terecht heeft geoordeeld dat de gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing aanwezig zijn. De bedreiging van de sociaal-emotionele ontwikkeling van de minderjarige is ernstig en de moeder is niet in staat deze bedreiging af te wenden binnen het vrijwillige kader. De plaatsing in het logeerhuis is noodzakelijk voor zijn verzorging en opvoeding.
Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en benadrukt het belang van duidelijke afspraken en coördinatie door Jeugdzorg om het contact tussen de betrokkenen te reguleren.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van één jaar.