ECLI:NL:GHSGR:2010:BN0809
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Mink
- Bos
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beschikking hoofdverblijfplaats minderjarige ondanks verzoek moeder
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin haar verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij haar werd afgewezen. De moeder voerde aan dat een betere financiële positie haar in staat zou stellen beter voor het kind te zorgen. De vader betoogde dat het belang van de minderjarige prevaleert, mede vanwege diens medische zorgbehoefte en het verleden van psychische problemen bij de moeder.
Het hof overwoog dat er sprake is van co-ouderschap waarbij het kind de ene week bij de vader en de andere bij de moeder verblijft, en dat een wijziging van de hoofdverblijfplaats geen feitelijke wijziging in het verblijf zou betekenen. Het hof stelde vast dat de moeder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij financieel beter af zou zijn en dat het mogelijke voordeel niet per se ten goede zou komen aan het kind.
Gelet op het belang van de minderjarige en de gedeelde zorg en kosten, oordeelde het hof dat toewijzing van het verzoek niet noodzakelijk is en bekrachtigde de bestreden beschikking. De moeder was niet verschenen bij de mondelinge behandeling, maar haar advocaat sprak namens haar. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige blijft bij de vader, verzoek moeder wordt afgewezen.