ECLI:NL:GHSGR:2010:BN1447
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Bouritius
- Bos
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarigen bij grootouders niet langer noodzakelijk
Het gerechtshof 's-Gravenhage heeft op 9 juni 2010 uitspraak gedaan in hoger beroep over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarigen. De vader was in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam die de machtiging tot uithuisplaatsing had verlengd. De vader betoogde dat de uithuisplaatsing niet dringend en onverwijld noodzakelijk was en dat de grootouders een veilige en stabiele opvoedingssituatie konden bieden.
Tijdens de zitting bleek dat één minderjarige inmiddels in een voorziening voor gesloten jeugdzorg was geplaatst, waardoor het beroep ten aanzien van deze minderjarige niet-ontvankelijk werd verklaard. Voor de andere twee minderjarigen oordeelde het hof dat de omstandigheden bij de grootouders niet langer een onveilige opvoedingssituatie vormden. Dit werd mede ondersteund door het hervatten van het MST-traject bij de grootouders en het ontbreken van structurele onveiligheid.
Het hof vernietigde daarom de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor deze twee minderjarigen en bepaalde dat de machtiging eindigt op 16 juni 2010, zodat Jeugdzorg gelegenheid krijgt een netwerkplaatsing bij de grootouders te realiseren. De overige bestreden beslissingen werden bekrachtigd en het overige beroep afgewezen.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen wordt vernietigd en eindigt op 16 juni 2010; het beroep voor één minderjarige is niet-ontvankelijk verklaard.