ECLI:NL:GHSGR:2010:BN1834
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Labohm
- Burgers-Thomassen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging partneralimentatieverplichting na beoordeling behoefte en draagkracht
In deze zaak staat de partneralimentatie centraal die de man aan de vrouw moet betalen. De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin zijn verzoek tot wijziging van de alimentatieverplichting werd afgewezen. Het hof heeft de feiten en omstandigheden, zoals vastgelegd door de rechtbank, overgenomen voor zover daar geen grief tegen is gericht.
De man betwist dat de vrouw niet in staat zou zijn zelf in haar levensonderhoud te voorzien en stelt dat zij meer inspanning had moeten leveren om inkomen te genereren. De vrouw stelt dat zij haar werkzaamheden niet kan uitbreiden vanwege reorganisatie en dat zij behoefte heeft aan een aanvullende bijdrage, gebaseerd op een behoefteberekening van € 1.318,- per maand. Het hof acht de behoefte van de vrouw voldoende onderbouwd en redelijk gelet op het gezinsinkomen tijdens het huwelijk.
De draagkracht van de man is eveneens besproken. De man voert aan dat zijn inkomen in 2008 leidend moet zijn, omdat hij toen niet meer overwerk kon verrichten. Het hof neemt het fiscaal loon van 2009 als uitgangspunt en oordeelt dat de inkomensverandering niet volledig voor zijn rekening komt. Ook is rekening gehouden met de woonlasten en de periode waarin de partner van de man bij hem woonde, alsmede met de bijdragen die de man vrijwillig levert voor de minderjarige kinderen.
Gelet op alle omstandigheden en de financiële situatie van partijen, bevestigt het hof de eerdere beschikking waarin de man een partneralimentatie van € 533,- per maand aan de vrouw moet betalen. Verdere door partijen aangevoerde punten leiden niet tot een ander oordeel.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en bevestigt de partneralimentatieverplichting van € 533,- per maand.