ECLI:NL:GHSGR:2010:BN1856
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- R.C. Schlingemann
- E.E. de Wijkerslooth-Vinke
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake huurachterstand en gebreken woonruimte met bewijsopdracht
De huurder huurde vanaf 15 juli 2007 een woonruimte tegen een maandelijkse huurprijs van €550. Per 30 april 2008 bestond een huurachterstand van vier maanden, €2.200 in totaal. De kantonrechter ontbond de huurovereenkomst per 11 augustus 2008 en veroordeelde de huurder tot ontruiming en betaling van de achterstallige huur plus incassokosten en wettelijke rente.
In hoger beroep betoogde de huurder dat de woning onbewoonbaar was door ernstige gebreken zoals lekkage van riool en waterleiding, waardoor hij gerechtigd was de huurbetalingen op te schorten. Tevens stelde hij dat de verhuurder via haar zoon had toegezegd de reparaties uit te voeren en dat hij daarom geen huur hoefde te betalen totdat de gebreken waren verholpen.
De verhuurder betwistte deze stellingen en wees erop dat geen vordering tot huurvermindering of ontbinding was ingesteld. Het hof overwoog dat gebreken op zich niet leiden tot huurvermindering of opschorting zonder een daartoe gerichte vordering of geldige buitengerechtelijke verklaring. Omdat de huurovereenkomst inmiddels was geëindigd, kon de huurder zich niet op opschorting beroepen.
Het hof liet de huurder toe bewijs te leveren van de vermeende afspraak over huuropschorting. Verder bepaalde het hof dat getuigenverhoren gehouden zouden worden en stelde het aanvullende procesregels vast. De verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: De huurovereenkomst is ontbonden en de huurder moet de huurachterstand betalen, maar hij mag bewijs leveren van een vermeende afspraak over huuropschorting.