ECLI:NL:GHSGR:2010:BN1965
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Husson
- Labohm
- Van der Zanden
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep in echtscheidingszaak wegens verlopen beroepstermijn en doorhaling inschrijving
In deze civiele zaak stond het hoger beroep van de man tegen een echtscheidingsbeschikking centraal. De man betoogde dat de beroepstermijn pas begon te lopen nadat hij op 5 maart 2009 bekend was geworden met de beschikking, omdat deze niet rechtsgeldig aan hem was betekend op zijn feitelijke woonplaats in New York. Het hof oordeelde dat de man inderdaad op 5 juni 2009 de beroepstermijn had overschreden, maar verklaarde hem toch ontvankelijk in het hoger beroep.
Vervolgens bleek dat de inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand was doorgehaald en niet meer kon worden hersteld, waardoor de echtscheiding geen rechtsgevolgen had en partijen nog steeds gehuwd waren. Dit leidde tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep van de man, omdat het belang van de procedure was komen te vervallen.
De vrouw had incidenteel appel ingesteld met verzoeken tot echtscheiding, kinderalimentatie, partneralimentatie en verdeling van de huwelijksgemeenschap. Het hof kwam echter niet toe aan behandeling van deze verzoeken omdat er geen geldige echtscheiding was. Uiteindelijk verklaarde het hof zowel het principaal hoger beroep van de man als het incidenteel hoger beroep van de vrouw niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk wegens verlopen beroepstermijn en doorhaling inschrijving echtscheiding.