ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2024
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- M.H. van Coeverden
- R.C. Schlingemann
- C.T.M. Luijks
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering en contactverbod tussen werknemer en werkgever
In deze zaak stond centraal de vraag of tussen appellante en Salvatel B.V. een arbeidsovereenkomst bestond en of appellante aanspraak kon maken op loon over de periode januari tot augustus 2008. Het hof concludeerde dat op grond van loonstroken, salarisbetalingen, loonheffingen en feitelijke werkzaamheden voldoende aannemelijk was dat een arbeidsovereenkomst bestond. De stellingen van Salvatel dat betalingen voorschotten op winstuitkeringen waren, werden gepasseerd wegens gebrek aan onderbouwing.
Voorts oordeelde het hof dat appellante door Salvatel belemmerd werd in het verrichten van werkzaamheden vanaf januari 2008, waardoor haar loonaanspraak niet verviel. De loonvordering van €12.000 netto werd toegewezen, vermeerderd met een gematigde wettelijke verhoging van 10% en wettelijke rente vanaf de dag van verzuim. De vordering tot tewerkstelling werd afgewezen omdat Salvatel geen ondernemingsactiviteiten meer ontplooide.
Daarnaast behandelde het hof het contactverbod dat appellante werd opgelegd om namens Salvatel geen zakelijke relaties te benaderen. Het hof bevestigde dit verbod voor zover appellante namens Salvatel handelde, omdat zij onrechtmatig handelde door binnen haar procuratie voor persoonlijke belangen te opereren. Een ruimer contactverbod werd niet toegewezen gezien het ontbreken van ondernemingsactiviteiten.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de kantonrechter en wees de loonvordering en het contactverbod toe zoals hierboven vermeld. Salvatel werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep en eerste aanleg. Het arrest is uitgesproken op 20 juli 2010 door het Gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het hof wijst de loonvordering toe en bevestigt het contactverbod voor handelen namens Salvatel.