ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2098
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- G. Oosterhof
- H.M.A. de Groot
- C.M. le Clercq-Meijer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor overtreding Opiumwet wegens handelsvoorraad softdrugs buiten coffeeshop
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een geldboete van €5.000 wegens het aanwezig hebben van een handelsvoorraad softdrugs in een bedrijfspand te Rotterdam. In hoger beroep voerde de verdediging aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de hoeveelheid softdrugs lager was dan de door de gemeente Rotterdam gedoogde hoeveelheid. Dit verweer werd verworpen omdat de 500 gram norm alleen geldt voor coffeeshops zelf en niet voor opslag elders.
Daarnaast werd betwist of de doorzoeking rechtmatig was, omdat medeverdachte geen toestemming zou hebben gegeven voor het openen van de kluis. Het hof stelde vast dat de doorzoeking met toestemming van medeverdachte, bedrijfsleider en administrateur van de verdachte, rechtmatig was en dat het bewijs daarom gebruikt mocht worden.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 25 juni 2007 in het bedrijfspand een hoeveelheid softdrugs had die de toegestane 30 gram overschreed, en dat dit handelen in strijd was met artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet. Er waren geen omstandigheden die de strafbaarheid uitsloten. Het hof veroordeelde de verdachte tot een geldboete van €5.000, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van de feiten en de financiële situatie van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €5.000 voor het in strijd handelen met de Opiumwet door het aanwezig hebben van een handelsvoorraad softdrugs.