ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2544
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Bouritius
- Van Wijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging onderbewindstelling wegens ontbreken noodzakelijke gronden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking tot onderbewindstelling van de goederen van de rechthebbende. De rechtbank Rotterdam had op verzoek van het Openbaar Ministerie een bewind ingesteld en de stichting De Rotonde benoemd tot bewindvoerder. De rechthebbende betwistte dat hij vanwege zijn geestelijke toestand niet in staat zou zijn zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen en stelde dat de woningproblemen niets met zijn geestelijke gesteldheid te maken hadden.
In hoger beroep stelde de broer van de rechthebbende dat de onderbewindstelling niet noodzakelijk was en dat de stichting haar taak als bewindvoerder verwaarloosde. Het hof constateerde dat de kantonrechter ten onrechte de broer niet had opgeroepen, maar dit gebrek werd in hoger beroep hersteld. Het hof oordeelde op basis van de stukken en de zitting dat niet werd voldaan aan de voorwaarden voor onderbewindstelling volgens artikel 1:431 lid 1 BW Pro.
Het hof nam mee dat de rechthebbende zijn financiën met hulp van een maatschappelijk werker op orde had en dat hij bereid was hulp van zijn broer te aanvaarden, die inmiddels tot mentor was benoemd. De woning werd verkocht en een appartement gekocht met steun van de broer. Daarom werd de bestreden beschikking vernietigd en het verzoek tot onderbewindstelling afgewezen.
Uitkomst: De onderbewindstelling wordt vernietigd en het verzoek tot bewind wordt afgewezen wegens ontbreken van noodzakelijke gronden.