ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2547
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Husson
- De Haan-Boerdijk
- Van de Poll
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van samenleven als ware zij gehuwd en bewijs van gemeenschappelijke huishouding
In deze zaak stond centraal of de vrouw met haar partner een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde als ware zij gehuwd, hetgeen relevant was voor haar vorderingen in het kader van personen- en familierecht.
De vrouw had diverse getuigen gehoord, waaronder haar partner, dochter en hulp in de huishouding, die verklaringen aflegden over hun gezamenlijke financiële regelingen, huishoudelijke taken en betrokkenheid bij de kinderen. De man had geen getuigen gehoord maar voerde aan dat de partner van de vrouw zijn verblijf en contact met de vrouw liet afhangen van juridisch advies.
Het hof stelde vast dat de verklaringen van de getuigen de stellingen van de man eerder onderschrijven dan die van de vrouw. De gezamenlijke bankrekening en het delen van kosten wezen op een gemeenschappelijke huishouding, maar de wijze van samenleven en het feit dat de partner van de vrouw zijn verblijf aanpaste op advies, maakten dat de vrouw niet slaagde in het bewijs dat zij samenwoonden als gehuwd.
Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en werden de vorderingen van de vrouw afgewezen. De vrouw werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de vrouw af en bekrachtigt de bestreden beschikking.