ECLI:NL:GHSGR:2010:BN3105
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Van Leuven
- Van de Poll
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing gezag ouders over minderjarigen, behoud gezag voor bijna meerderjarigen
De moeder ging in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank die de ouders ontheven had van het ouderlijk gezag over twaalf minderjarige kinderen, waarbij Jeugdzorg tot voogd was benoemd. De rechtbank oordeelde dat de ouders ongeschikt waren en dat ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing onvoldoende waren om de belangen van de kinderen te beschermen.
In hoger beroep stelde de moeder dat zij wel meewerkt aan gezagsbeslissingen en dat de maatregelen voldoende zijn, terwijl de raad de ontheffing wilde handhaven vanwege de ongeschiktheid van de ouders en het belang van duidelijkheid voor de kinderen. Het hof overwoog dat de situatie van de moeder en de kinderen weinig positief was veranderd, dat de ouders niet leerbaar waren en dat de kinderen, met uitzondering van twee bijna meerderjarigen, ernstige beperkingen en gedragsproblemen vertoonden.
Het hof vond dat de ontheffing van het gezag over de meeste minderjarigen terecht was, omdat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing onvoldoende bescherming boden en het belang van de kinderen bij duidelijkheid en stabiliteit zwaarder woog. Voor de twee bijna meerderjarige kinderen die aangaven bij hun ouders te willen wonen, vernietigde het hof de ontheffing, omdat het niet passend was hen voor een korte periode het gezag te ontnemen.
De beschikking van de rechtbank werd dus grotendeels bekrachtigd, met uitzondering van de twee oudste kinderen. Het hof benadrukte het belang van continuïteit en stabiliteit in de verzorging en opvoeding van de minderjarigen, mede gelet op hun problematiek en de situatie van de ouders.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontheffing van het gezag over tien minderjarigen maar vernietigt deze voor de twee bijna meerderjarige kinderen die bij hun ouders willen wonen.