ECLI:NL:GHSGR:2010:BN3115
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Dusamos
- Van de Poll
- Van Wijk
- Rechtspraak.nl
Geen partneralimentatie bij gerechtvaardigd ondernemingsvoornemen in plaats van WW-uitkering
In deze zaak stond de vraag centraal of de man, die zijn WW-uitkering opschortte om een eigen onderneming te starten, gehouden is partneralimentatie te betalen aan de vrouw. De rechtbank had partneralimentatie vastgesteld, maar het hof stelde vast dat de man zelf zijn inkomensdaling heeft veroorzaakt door te kiezen voor ondernemerschap in plaats van het blijven ontvangen van WW-uitkering.
Het hof overwoog dat de man redelijkerwijs de kans moet krijgen om zijn onderneming tot een succes te maken, zeker gezien zijn beperkte arbeidsmarktkansen en de economische situatie. Omdat de man op elk moment kan terugvallen op zijn resterende WW-uitkering, is sprake van een herstelbare inkomensvermindering.
Daarom acht het hof het niet redelijk om van de man te verlangen dat hij zijn oorspronkelijke WW-inkomen weer gaat verwerven zolang hij zich inzet voor zijn onderneming. Tot die tijd heeft de man geen draagkracht voor partneralimentatie. Het hof vernietigde daarom de eerdere beschikking en wees het verzoek tot alimentatie af.
De vrouw kan tot die tijd rondkomen van haar eigen inkomen en vermogen uit de boedelscheiding. Mocht de onderneming falen, dan zal de WW-uitkering weer ingaan, waarna de man zijn alimentatieverplichting kan nakomen. Het hof ging niet in op overige griefpunten die onvoldoende waren onderbouwd.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt afgewezen omdat de man terecht zijn WW-uitkering opschortte om een onderneming te starten en momenteel geen draagkracht heeft.