ECLI:NL:GHSGR:2010:BN3233
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Labohm
- Mos-Verstraten
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling benadeling erflater bij opheffing huwelijkse voorwaarden en testament
In deze zaak staat centraal of erflater bij het opheffen van de huwelijkse voorwaarden en het opmaken van zijn testament op 5 januari 2003 gehandeld heeft onder invloed van een geestelijke stoornis, waardoor hij benadeeld zou zijn. Appellante vordert vernietiging van het testament en de akte opheffing huwelijkse voorwaarden, stellende dat erflater dement was en daardoor niet wilsbekwaam.
Het hof stelt vast dat erflater en verweerster al jaren gehuwd waren onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. Door de opheffing hiervan ontstond een wettelijke gemeenschap van goederen. Erflater werd hierdoor niet benadeeld, aangezien hij mede gerechtigd werd in de gemeenschap en mede draagplichtig voor schulden.
De bewijsopdracht om te tonen dat erflater geestelijk onbekwaam was en onder invloed daarvan de akten heeft gepasseerd, is door appellante niet gehaald. De verklaringen van behandelend artsen en deskundigen zijn onvoldoende concreet voor het moment van passeren. De verklaring van de notaris, die op de dag zelf oordeelde dat erflater wilsbekwaam was, weegt zwaar.
Het hof bekrachtigt daarom de vonnissen van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellante af. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vorderingen tot vernietiging van het testament en de opheffing van de huwelijkse voorwaarden worden afgewezen en de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.