ECLI:NL:GHSGR:2010:BN3582
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- De Haan-Boerdijk
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarigen bij biologische vader
In deze zaak staat de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen bij hun biologische vader centraal. De moeder, die het ouderlijk gezag heeft, betwist de uithuisplaatsing en voert aan dat de thuissituatie bij haar sterk is verbeterd en dat de plaatsing bij de vader geen meerwaarde biedt. Zij stelt tevens dat Jeugdzorg onvoldoende zorg en steun biedt en dat er geen onderzoek is gedaan naar anonieme meldingen tegen haar.
Het hof overweegt dat een machtiging tot uithuisplaatsing alleen kan worden verleend indien de gronden daarvoor aanwezig zijn, zoals bepaald in artikel 1:261 lid 1 BW Pro. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de kinderrechter dat deze gronden aanwezig zijn. De moeder heeft geen nieuwe feiten aangevoerd die aantonen dat zij de opvoeding kan overnemen en is bovendien niet verschenen om haar beroep toe te lichten.
De evaluatie van de intensieve gezinsbegeleiding bij de biologische vader toont aan dat de minderjarigen zich daar goed ontwikkelen. Jeugdzorg heeft bovendien voldoende zorg en steun geboden, en de meldingen tegen de moeder zijn anoniem, waardoor geen nader onderzoek mogelijk was. Gezien deze omstandigheden bekrachtigt het hof de beschikking tot uithuisplaatsing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen bij de biologische vader.