ECLI:NL:GHSGR:2010:BN4036
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Mos-Verstraten
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ondertoezichtstelling minderjarigen wegens positieve ontwikkelingen
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die hun minderjarige kinderen onder toezicht van jeugdzorg stelde voor de periode van 24 november 2009 tot 24 november 2010. De ouders betoogden dat de wettelijke gronden voor de ondertoezichtstelling ontbraken, omdat de omstandigheden die destijds tot de maatregel leidden inmiddels waren verdwenen en er geen bedreiging meer was voor de ontwikkeling van de kinderen.
De raad voor de kinderbescherming erkende dat de situatie destijds ernstig was vanwege problemen met de elementaire levensbehoeften, zoals een verwaarloosde woning en financiële problemen, maar stelde dat de situatie inmiddels was verbeterd. Zowel de raad als Jeugdzorg adviseerden beëindiging van de ondertoezichtstelling per 26 april 2010.
Het hof oordeelde dat hoewel er aanvankelijk sprake was van een ernstige bedreiging voor de belangen van de kinderen, de ouders sindsdien met hulp de situatie hebben verbeterd. Gezien deze positieve ontwikkelingen en het feit dat de eerdere problemen inmiddels zijn opgelost, besloot het hof de ondertoezichtstelling per 26 april 2010 op te heffen. De beschikking werd voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt per 26 april 2010 opgeheven wegens positieve ontwikkelingen.